KIGO/2009/09-036, onderdeel GKC programma ‘Welzijn van dieren’
SAMENVATTING
Aanleiding voor dit project is dat in toenemende mate bij ecologisch en biologisch veldonderzoek gebruik gemaakt van wordt van (non)invasieve onderzoeksmethoden variërend van bijvoorbeeld het vangen, merken, verdoven, inbrengen van een zender tot het afnemen van bloed. Hierbij is mogelijk sprake van enig ongerief voor de dieren. Formeel vallen een aantal van deze handelingen onder de Wet op de Dierproeven (Wod) en moet degene die deze handelingen verricht bevoegd zijn voor het uitvoeren daarvan (artikel 9 of 12 status ex Wod). Op dit moment zijn er in de Wod nog geen aparte bepalingen voor werkenden in de veldbiologische sector opgenomen. Er is echter sprake van toenemende maatschappelijke belangstelling voor een maatschappelijk verantwoorde ethische behandeling van dieren. Het is in de lijn der verwachting dat dit op termijn zal leiden tot strikter beleid. Er is daarom vraag vanuit het werkveld naar personen die dergelijke handelingen aan in het wild levende (proef)dieren kunnen en mogen (ex Wod) verrichten. De huidige artikel 12 opleidingen zijn gericht op handelingen aan dieren in gevangenschap en veelal gericht biomedische experimenten. Echter de handelingen in veldbiologische experimenten zijn anders van aard en dat vereist specifieke kennis van de werknemer om het dierenwelzijn te waarborgen. Het hoofddoel van dit project is te voorzien in bovengenoemde behoefte door het ontwikkelen van een curriculum ‘Artikel 12 Wildife’ die past in het huidige kader van het Bama stelsel.