Nieuws

Betere aanpak nodig om stalbranden in de veehouderij te voorkomen

Gepubliceerd op
26 maart 2021

De Onderzoeksraad voor Veiligheid heeft het afgelopen jaar onderzoek gedaan naar stalbranden in de veehouderij. De raad concludeert dat het bij de aanpak van stalbranden ontbreekt aan goede prioritering en sturing. Ook vindt de raad dat bedrijfseconomische belangen een (te) grote rol spelen bij de totstandkoming van maatregelen, overheidsbeleid tegenstrijdig werkt en dat er te weinig kennis is over de oorzaken van stalbranden.

Minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) onderstreept en erkent in een Kamerbrief dat een andere aanpak nodig is met een grotere verantwoordelijkheid en meer sturing van de overheid.

Aanpak stalbranden

De afgelopen jaren zijn honderdduizenden dieren bij stalbranden omgekomen. In de periode tussen 2012 en 2020 waren er jaarlijks gemiddeld 37 stalbranden, waarvan 17 met dierlijke slachtoffers. Daarbij overleden gemiddeld 143.000 dieren per jaar, in totaal bijna 1,3 miljoen. De gevolgen van een stalbrand zijn vaak desastreus voor dieren in die stal en zeer ingrijpend voor veehouders. De dieren verbranden levend, stikken door rook of raken ernstig gewond. Om het aantal stalbranden en het aantal dieren dat daarbij om het leven komt fors te verminderen heeft een aantal betrokken partijen in 2011 gezamenlijk het Actieplan Stalbranden 2012 – 2016 opgesteld. Dit plan kreeg in 2018 een vervolg met het Actieplan Brandveilige Veestallen 2018 – 2022.

Niet effectief

Uit het onderzoek van de Onderzoeksraad blijkt dat deze actieplannen niet het beoogde effect hebben gehad. Sommige maatregelen hebben in potentie een positief effect op de brandveiligheid. Dit geldt met name voor de wijzigingen in het Bouwbesluit 2012 in 2014, de invoering van periodieke elektrakeuringen vanaf 2016 en de aanvullende verzekeringseisen voor brandveiligheid die verzekeraars stellen bij nieuwbouw en verbouw van veestallen. Het effect van deze maatregelen blijkt echter door een aantal factoren te worden beperkt:

  • Aanpassing van het Bouwbesluit heeft alleen betrekking op nieuwbouw en verbouw van veestallen op basis van een vergunningaanvraag vanaf 1 april 2014. Voor verreweg de meeste stallen, die voor die tijd zijn gebouwd, gelden de eisen dus niet.
  • Elektrakeuringen vinden eens in de vijf jaar plaats, waarbij in de tussenliggende periode nieuwe risico’s kunnen ontstaan. Ook is er vanuit de elektrakeuringen beperkt aandacht voor brandrisico’s in de gebruiksfase.
  • Aanvullende verzekeringseisen blijken niet altijd de brandveiligheid voor dieren te verbeteren.
  • Het is onduidelijk of maatregelen gericht op de bewustwording van brandveiligheid tot een brandveiligere bedrijfsvoering en uitvoering van werkzaamheden leiden.

Aanbevelingen raad

De Onderzoeksraad acht het nodig om op een andere manier naar de veehouderij in Nederland te kijken. De brandveiligheidsrisico’s komen mede voort uit de manier waarop de dieren in de intensieve veehouderij worden gehuisvest: in grote aantallen in gesloten stallen zonder vluchtmogelijkheden. Grotere veehouderijen worden bovendien steeds meer uitgerust met technische installaties, die extra brandveiligheidsrisico’s opleveren. Dit vergt van veehouders meer deskundigheid op het gebied van veiligheidsmanagement zoals die bijvoorbeeld geldt in de industrie. Sommige ontwikkelingen die de stalbrandrisico’s vergroten, komen direct voort uit regelgeving op andere beleidsterreinen, zoals beperking van emissies uit de veehouderij en aanleg van zonnepanelen op stallen.

Een van de maatregelen die minister Schouten – samen met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) – gaat bekijken is om brandveiligheid binnen wet- en regelgeving aan te scherpen. Daarnaast wil de minister dat brandveiligheidsmaatregelen meegenomen worden in andere lopende trajecten. Bijvoorbeeld door ondernemers die hun stallen aanpassen om te verduurzamen, hun stallen ook brandveiliger te laten maken. Binnen enkele maanden gaat een uitgebreidere brief naar de Tweede Kamer, waarin verder wordt ingegaan op mogelijke maatregelen

Wat doet de Onderzoeksraad voor Veiligheid? De meeste mensen kennen de Raad waarschijnlijk van onderzoeken naar vliegtuigrampen en andere grote ongelukken, maar de Raad doet meer. De Onderzoeksraad voor Veiligheid werkt onafhankelijk van de Nederlandse overheid of andere instanties en besluit zelf welke voorvallen en onderwerpen worden onderzocht. De Raad richt zich voornamelijk op die zaken waarbij burgers voor hun veiligheid afhankelijk zijn van andere partijen, zoals de overheid, bedrijven of instellingen. Voorzitter is oud-minister Jeroen Dijsselbloem.

(Bron foto: ©Pixabay)