Nieuws

Keurmerk helpt dierhouders bij preventie zoönosen

Gepubliceerd op
30 september 2021

Hoe kun je als dierhouder de kans op de ziekteoverdracht tussen dier en mens verkleinen? Het GD Keurmerk Zoönosen maakt de maatregelen die je in de praktijk kunt nemen inzichtelijk.

Ziek worden als gevolg van een zoönose kan op verschillende manieren. Zoals het consumeren van besmet voedsel of water of door direct en indirect contact met geïnfecteerde dieren. Ook besmet dierlijk materiaal, zoals mest, vormt een risico. Ziekteverwekkers kunnen ook, met name via stofdeeltjes in de stal, ingeademd worden.

Zoönosen zijn een verzamelterm voor ziekten die van dier op mens overdraagbaar zijn. Ze zijn vaak gekoppeld aan een diersoort en worden veroorzaakt door bacteriën, virussen, parasieten en schimmels. Een veelheid aan diersoorten kunnen ziekteverwekkers bij zich dragen waar mensen ziek van kunnen worden, zoals kippen, varkens, koeien, geiten, schapen, paarden, maar ook honden en katten. In het wild levende hazen, wilde zwijnen, muizen, ratten en vleermuizen zijn eveneens bekende verspreiders van zoönosen.

Meer bewustwording

Volgens Diergezondheidsdienst GD zorgt het Keurmerk Zoönosen voor meer bewustwording onder dierhouders en bezoekers en voor het verkleinen van de risico’s. Daarnaast is er meer overleg met de dierenarts en kan het bijdragen aan een beter imago van de sector. Dierhouders krijgen regelmatig de vraag welk risico de dieren vormen voor bezoekers.

Steekproefsgewijs voert een onafhankelijke partij controles uit. Een brede groep bedrijven of instellingen komt in aanmerking voor het keurmerk, van een activiteitenboerderij tot een agrarisch kinderdagverblijf, van een zorgboerderij tot een manege, van een kinderboerderij tot een boerderijcamping. Het GD Keurmerk Zoönosen bestaat 10 jaar en zo’n 1700 bedrijven zijn deelnemer.

Ieder jaar opnieuw

Door ieder jaar samen met een dierenarts de zoönosechecklist in te vullen, behouden de dierhouders het GD Keurmerk Zoönosen. De vragen zijn uitgesplitst naar diersoort. De checklist voor het Keurmerk Zoönosen staat in VeeOnline. Het is de bedoeling om deze samen met de dierenarts in te vullen, op afspraak of tijdens een regulier bedrijfsbezoek. De dierenarts logt in op VeeOnline en vult het UBN in van de veehouder. Voor bedrijven zonder UBN kan de checklist alleen op papier ingevuld worden.

Na de verzending van de ingevulde checklist naar GD ontvangt de dierhouder een score voor zoönosepreventie. Bij een score van 70% op het algemene deel van de checklist en 60% voor de dieronderdelen krijgt de deelnemer een keurmerkbordje en het predicaat zoönosen-verantwoord bedrijf. De toekenning van het keurmerk wordt ieder jaar opnieuw via de eigen dierenarts getoetst aan de hand van de geüpdatete checklist.

Meer bekendheid

In 2021 zijn tien deelnemers bevraagd over het keurmerk. De minimale score die de deelnemers moeten behalen, vinden ze terecht. Een aantal deelnemers vindt dat de score omhoog mag, om het keurmerk meer waarde te geven. Anderen gaven aan dat de lat in dat geval juist te hoog zou komen te liggen en dierhouders zullen afhaken. Deze dierhouders hopen verder op meer bekendheid over zoönosen onder het publiek.

Bij kinderboerderij Dierendal in Waddinxveen is het nodige veranderd met de certificering: ‘Voor ons is iets waar we voorheen niet dagelijks mee bezig waren een vanzelfsprekendheid geworden,’ zegt de beheerder in het magazine Schaap en Geit. ‘De verbeteringen gaan geleidelijk, maar ik hoor regelmatig mensen zeggen: “Let op, wel je handen wassen als je de dieren hebt geaaid!” En dat is wat we uiteindelijk willen bereiken.’

Jaarlijks overzicht

Het RIVM maakt in opdracht van de NVWA elk jaar een overzicht van de belangrijkste zoönosen. In de Staat van zoönosen is terug te vinden hoe vaak in Nederland de meldingsplichtige zoönosen voorkomen en de ontwikkelingen van deze ziektes op de lange termijn. Hierbij betreft het zowel het aantal ziektegevallen bij mensen als het voorkomen van deze ziekteverwekkers bij dieren.