Nieuws

Minder vlinders door stikstofdepositie

Gepubliceerd op
9 maart 2020

De overmaat aan stikstof in Nederland is een oorzaak van de achteruitgang van diverse soorten planten en dieren. Ook de achteruitgang van veel Nederlandse vlindersoorten kun je toeschrijven aan de stikstofdepositie. Wil je de vlinderstand herstellen, dan moet de stikstofdepositie verminderen.

Stikstof als gas (N₂) komt van nature voor in de atmosfeer. 78% van onze lucht is stikstofgas. Die stikstof is niet reactief en het is ook niet het probleem waarover nu veel gesproken wordt. Het probleem wordt veroorzaakt door reactieve stikstof in de vorm stikstofoxiden (NO en NO₂) en ammoniak (NH₃). Die stikstofverbindingen zijn van nature schaars. Soms ontstaan die verbindingen bij onweer en bacteriën kunnen N₂ uit de lucht opnemen. Het merendeel van die stikstofverbindingen komen echter vrij door menselijke activiteiten. Ammoniak komt vooral vrij uit de veehouderij, terwijl stikstofoxiden vrijkomen bij het verbranden van fossiele brandstoffen.

Stikstofdepositie

Het probleem is dat de hoeveelheid stikstofverbindingen die vrij komen in de 20e eeuw sterk is gestegen. De depositie van stikstofverbindingen was in 1950 al meer dan twee keer zo hoog als in 1900. Tussen 1950 en 1990 is die depositie drie keer zo hoog geworden. Na 1990 is door met name mestwetgeving die depositie gedaald met zo'n 40%. Maar de huidige stikstofdepositie is nog ruim vier keer zo hoog als die van 1900, schrijft vakblad Vlinders in een artikel over de stikstofdepositie. Die hoge stikstofdepositie heeft effect op de natuur. In het artikel wordt met name ingegaan op de effecten van de stikstofuitstoot op planten en vlinders.

Vooral plantensoorten van voedselrijke omstandigheden doen het goed door de hoge stikstofdepostie, terwijl plantensoorten die zuinig met stikstof omgaan geleidelijk verdwijnen. Als gevolg daarvan zie je in bossen nu vaker bramen en op heideterreinen domineert het pijpenstrootje, een grassoort. In hoogveenterreinen zie je vaker opslag van bomen en in laagveengebieden domineert riet. Onder de plantensooren die in aantal afnemen, vind je veel soorten die waardplanten zijn van vlinders zoals de blauwe knoop (moerasparelmoervlinder), wilde tijm (tijmblauwtje), grote pimpernel (pimpernelblauwtjes), kleine pimpernel (kalkgraslanddikkopje) en klokjesgentiaan (gentiaanblauwtje).

Aantallen vlinders

De vegetatie verandert dus qua samenstelling, maar er verandert meer. Doordat de vegetatie hoger opschiet en dichter wordt, verandert ook het microklimaat. Voor rupsen die warme plekjes nodig hebben is dat een probleem. De veldparelmoervlinder is daardoor achteruitgegaan. Weer een ander effect is de verzurende werking van stikstofverbindingen. Door de overmaat aan stikstof verzuurt de bodem waardoor mineralen als calcium, kalium en magnesium vrijkomen en uitspoelen. Voor planten en dieren komen zo minder mineralen beschikbaar. Als de grond erg zuur wordt, gaat aluminium ook in oplossing. Dit mineraal heeft een giftige werking voor het bodemleven en veel planten.

De ontwikkeling van vlinders wordt indirect ook beïnvloed door de veranderende chemische samenstelling van de plant, wat ook een gevolg is van de overmaat aan stikstof. Voor rupsen kan dit leiden tot een onbalans in de voeding. Daarnaast kan een plant de overtollige stikstof ook omzetten in gifstoffen of afweerstoffen voor rupsen of andere plantenetende insecten. Voor de bruine vuurvlinder is bijvoorbeeld vastgesteld dat er hoge sterfte optreedt wanneer rupsen opgroeien bij stikstofovermaat.

Herstel

Je kunt vlinders indelen in stikstofmijdende soorten en stikstofminnende soorten. Van de 72 Nederlandse dagvlinders is ruwweg de helft stikstofmijdend, en 10% is stikstofminnend. De overige soorten hebben geen duidelijk voorkeur, ze zijn stikstofneutraal of stikstoftolerant. De stikstofminnende soorten doen het goed, zo is te lezen in het artikel, terwijl de stikstofmijdende soorten in aantal sterk achteruit zijn gegaan. Sinds 1992 is hun aantal met meer dan 70% afgenomen.

Wil je de vlinderstand herstellen, dan is het belangrijk dat de stikstofuitstoot verder teruggedrongen wordt. Maar dan ben je er nog niet. Het verwijderen van de de overmaat aan stikstof uit natuurgebieden is niet eenvoudig. Je kunt met gericht beheer wel wat bereiken, maar er zijn grenzen aan de hoeveelheid stikstof die je zo kunt afvoeren. Want je voert zo ook andere voedingsstoffen en organische stof af. Er worden nu experimenten gedaan met het uitstrooien van gemalen gesteente. Maar die maatregelen blijven zinloos zo lang je de oorzaak niet aanpakt, aldus Vlinders: 'Willen we in Nederland heidevelden met kommavlinders, heivlinders en bruine vuurvlinders en bruine eikenpages in de bosrand dan moeten we en de stikstofdepositie stevig aanpakken en aan de slag met herstel van de bodems.'

(Bron foto: Coilin via Pixabay)