Lemniscopys striatus (gestreepte grasmuis)_Hectonichus-Wikimedia

Nieuws

Nieuwe beoordelingsmethode huis- en hobbydieren ter inzage

Gepubliceerd op
13 november 2018

Het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) beoogt invulling te geven aan een lijst met diersoorten die door eenieder in of om het huis gehouden mogen worden (‘de Positieflijst’). Wetenschappers hebben een nieuwe methode ontwikkeld om objectief te kunnen toetsen of een zoogdier geschikt is als huis- of hobbydier.

Deze methode ligt nu zes weken ter inzage voor commentaar.

Huisdierenlijst

In Nederland mag je niet alle dieren meer als huisdier houden of ermee fokken. In de Wet Dieren (artikel 2.2 Houden van dieren) is vastgelegd dat hiervoor een huisdierenlijst wordt opgesteld, ook wel 'Positieflijst’ genoemd. De dieren die daarop staan mogen worden gehouden, alle overige dieren niet of alleen met een speciale vergunning (zoals bijvoorbeeld mogelijk is voor dierentuinen). Niet alle dieren zijn immers geschikt om als huisdier te houden. Dat komt bijvoorbeeld omdat ze beschermd zijn, ziektes kunnen overdragen of gevaarlijk zijn, of omdat hun welzijn in gevangenschap niet of moeilijk te waarborgen is. In het besluit Houders van dieren staan de criteria ten behoeve van aanwijzing beschreven (Artikel 1.4. Criteria voor aanwijzing diersoorten of diercategorieën op positieflijst).

Nieuwe beoordelingsmethode

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft in 2017 uitspraken gedaan over de beoordelingsmethode. Daarom heeft het ministerie van LNV in de herfst van 2017 een commissie van wetenschappelijke deskundigen ingesteld - de Wetenschappelijke Adviescommissie Positieflijst (WAP) - om een nieuwe beoordelingsmethode of toetsingskader te ontwikkelen. Uitgangspunt bij de beoordeling zijn de diersoorten die zijn opgenomen in bijlagen 1 en 2 van de Regeling houders van dieren. LNV heeft de WAP gevraagd de intrinsieke waarde, zoals omschreven in de Wet Dieren, als uitgangspunt te nemen bij de ontwikkeling van het toetsingskader. Het welzijnsbegrip in het toetsingskader omvat, naast diergezondheid, ook de mogelijkheid om natuurlijk gedrag te vertonen en de fysieke integriteit. Het toetsingskader moet wetenschappelijk goed onderbouwd zijn en praktisch bruikbaar om diersoorten naar potentiële risico’s te identificeren en vervolgens te ordenen. De systematiek dient te kunnen worden toegepast op zoogdieren, maar kan tevens als basis dienen voor de beoordeling van vogels, reptielen en amfibieën.

Consultatie

De WAP heeft haar advies voor een toetsingskader inmiddels uitgebracht en deze wordt nu vanwege het belang van de lijst en de zorgvuldigheid in twee fasen geconsuleerd. Als eerste wordt nu het toetsingskader geconsulteerd. Dit kader zal de basis vormen voor de toetsing van diersoorten en de indeling van deze diersoorten in risicocategorieën. Nadat het toetsingskader definitief is gemaakt, gaat een daartoe ingestelde Beoordelingscommissie Huis- en Hobbydieren (BHH) de 249 in Nederland gehouden zoogdieren beoordelen. Op basis van deze risicobeoordeling besluit Minister Schouten welke diersoorten in Nederland door eenieder mogen worden gehouden. Daarbij wil ze eveneens duidelijkheid geven of er mogelijkheden komen voor specialistische houders om diersoorten die niet op de positieflijst komen onder voorwaarden te kunnen houden.

De mogelijkheden en voorwaarden om zoogdiersoorten in Nederland te houden en de definitieve lijst van dieren zullen ook ter consultatie op internet worden geplaatst (de tweede consultatie). De verwachting is dat deze consultatie de eerste helft van 2019 kan plaatsvinden.

(Bron foto: Lemniscopys striatus (gestreepte grasmuis)_Hectonichus-Wikimedia)