Franse bulldog_Wikimedia Commons-Pdpics

Nieuws

Nieuwe criteria voor handhaving regels voor hondenfokkerij

Gepubliceerd op
19 maart 2019

Om handhaving van de regels voor hondenfokkerij beter mogelijk te maken komt de overheid met nieuwe dierenwelzijnscriteria voor ouderdieren en nakomelingen van kortsnuitige honden. Deze richten zich op uiterlijke kenmerken, zoals de schedelvorm, vorm van de neus en de ogen.

Dit schrijft minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) in een brief aan de Tweede Kamer. De minister gaat in de brief ook in op de voortgangsrapportage van het Fairfokprogramma waarin belangrijke partners die betrokken zijn bij de hondenfokkerij aan een reeks ambities werken om honden gezonder en socialer te maken.

Gezondheids-en welzijnsproblemen kortsnuiten

Door de groeiende populariteit van kortsnuitige hondensoorten komen er in fokkerijen steeds vaker ernstige schedel- en snuitafwijkingen voor. Dit leidt vaak tot problemen in de ontwikkeling en het gedrag van de honden en vormt daarmee een groot gezondheidsrisico. Kortsnuitige honden hebben – door de vorm van schedel en snuit – vaker te maken met schadelijke gezondheids- en welzijnsproblemen. Denk daarbij aan: uitpuilende ogen, het niet kunnen sluiten van de ogen, ademnood, continue hoofdpijn en oververhitting.

Criteria om beter te handhaven

Het is in Nederland al verboden om via fokkerij uiterlijke kenmerken door te geven die schadelijke gevolgen kunnen hebben voor het ouderdier of de nakomelingen. Dit staat in artikel 3.4. Fokken met Gezelschapsdieren, Besluit Houders van Dieren (Wet Dieren). Om de handhaving van de wetgeving op het terrein van de fokkerij beter mogelijk te maken heeft het Departement Dier in Wetenschap en Maatschappij en het Expertisecentrum Genetica Gezelschapsdieren van de faculteit Diergeneeskunde in opdracht van LNV criteria ontwikkeld voor de beoordeling van kortsnuitige honden. De criteria gelden voor alle kortsnuitige honden, dus niet alleen voor rashonden. Enkele voorbeelden zijn: het ademgeluid, de neusverkorting en het ooglidreflex.

De criteria zullen worden benut door de NVWA en de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID) bij de handhaving van de regels op het terrein van fokkerij. Ook dierenartsen en fokkers zullen de criteria kunnen gebruiken bij het selecteren van gezondere ouderdieren.

Fairfok

Sinds 2014 werken belangrijke partners uit de hondenfokkerij samen met de overheid aan het Fairfokprogramma. Vanuit dit programma wordt er gewerkt om honden gezonder en socialer te maken. In de voortgangsrapportage is te lezen dat een aantal rasverenigingen bezig is met het kruisen van rassen voor gezondere nakomelingen. En ook dat het Expertisecentrum Genetica Gezelschapsdieren van de faculteit Diergeneeskunde samen met rasverenigingen en fokkers aan de aanpak van diverse erfelijke ziektes werkt. In een aantal gevallen heeft dit al geleid tot een DNA-test, waarmee bij het juist inzetten in de fokkerij, een erfelijke ziekte gefaseerd uit kan worden gefokt. Ook heeft de Raad van Beheer rasspecifieke instructies opgesteld voor keurmeesters die ervoor moeten zorgen dat gezondheid en welzijn leidend zijn bij het keuren. En krijgen de keurmeesters hiervoor een verplichte nascholing.

De minister ziet nog een aantal uitdagingen, zo is te lezen in de kamerbrief. Er zijn bijvoorbeeld nog rasverenigingen waarbij de nodige weerstand zit. En dierenartsen die de voortplanting bij honden begeleiden moeten de gezondheid en het welzijn van de hond nog meer vooropstellen. De minister gaat daarom met de Fairfok betrokkenen in gesprek om te bespreken welke verdere noodzakelijke stappen nodig zijn. Ook zullen het Platform Fairfok en LNV dit voorjaar samen een gecoördineerde campagne starten die gericht is op het fokken (en aanschaffen) van een gezonde en sociale hond.

(Bron foto: Franse bulldog_Wikimedia Commons-Pdpics)