Nieuws

Vijf vragen over vogelgriep in de pluimveehouderij

Gepubliceerd op
4 november 2021

Eind oktober stelde minister Schouten een landelijke ophokplicht in voor alle pluimvee. Wat betekent dat voor pluimveehouders? Wat kunnen zij zelf doen om verspreiding van het virus tegen te gaan? We stellen deze en meer vragen aan kippenexperts Ingrid de Jong en Thea van Niekerk van Wageningen Livestock Research.

Vogelgriep op je bedrijf. Wat betekent dat voor een boer? 

“Vogelgriep is behoorlijk rampzalig. Voor de dieren uiteraard, maar ook voor boeren. Het ruimen van gezonde, goed producerende kippen is emotioneel en financieel een grote klap,” begint Ingrid de Jong. “Allereerst is traumatisch dat al je pluimvee – gezond of ziek – in de stal vergast wordt. Verder moet je je voorstellen; de boerderij wordt hermetisch afgesloten, je ziet hekken en rood-witte linten, er lopen mensen in witte pakken met gasmaskers over je erf, je moet nagaan wie er precies de afgelopen weken op je bedrijf zijn geweest, je krijgt zelf preventief medicijnen die het influenzavirus remmen. Dat gaat je allemaal niet in de koude kleren zitten.”  

De klap komt vaak pas als iedereen het erf verlaten heeft en je als boer in een lege stal staat, weet Thea van Niekerk, die zelf bij enkele ruimingen aanwezig was. “Ineens is het stil. Er is letterlijk niets te doen. Het duurt weken voordat nieuwe dieren op het bedrijf arriveren. Tot die tijd kan je niks.”  

Ondertussen zweten pluimveehouders in de wijde omgeving peentjes. Komt het vogelgriepvirus ook bij hen in de stal? 

“Dat is onmogelijk te voorspellen,” zegt De Jong. “Besmette bedrijven worden geruimd, net als bedrijven in een straal daar omheen. De verspreiding van het virus is grillig. We weten dat watervogels een grote rol spelen. Je ziet dus ook vaak dat de eerste uitbraken van het jaar zich voordoen in waterrijke omgevingen, zoals Zeewolde dit jaar. Sinds 2014 is vogelgriep eigenlijk een jaarlijks terugkerend fenomeen geworden in Nederland. Het is er vaak in de herfst, of het voorjaar, als de trekvogels migreren.” 

JB19-0521-0349_1500 px 120 dpi.jpg

Rond de uitbraaklocaties is er een vervoersverbod. Maar er is ook een landelijke ophokplicht. Wat betekent dat voor pluimveehouders? 

Van Niekerk: “Concreet betekent het dat alle pluimvee een dak boven hun hoofd moet hebben. Reden daarvoor is dat het virus in wilde vogels of hun ontlasting kan zitten. Je wilt voorkomen dat de kippen daar in een buitenuitloop mee in contact komen. De dieren mogen dus niet in de open lucht scharrelen. Hun dagelijkse routine wordt dus doorbroken en dat levert stress op. Stress in kippen betekent: verhoogde kans op verenpikken. Dus moeten boeren daarop heel goed monitoren en ook meer afleiding bieden, met bijvoorbeeld strobalen of takken in de stal. 

De meeste legstallen hebben een overdekte uitloop, die mag wel gebruikt worden. Als de ophokplicht langer dan 16 weken duurt, mogen vrije uitloopeieren niet meer met dat keurmerk verkocht worden. Dan krijgen die boeren dus minder geld voor hun eieren.”  

Strenge hygiënemaatregelen en kritisch zijn op wie de stal binnenkomt

“Al met al zie je dat pluimveehouders een stuk kritischer worden op wie de stal binnenkomt”, vult Ingrid de Jong aan, “Ze nemen strenge hygiënemaatregelen, bezoekers moeten hun auto aan de weg parkeren, in plaats van op het erf. De adviseur van de voerfabrikant komt alleen nog aan de keukentafel, in plaats van het gebruikelijk rondje door de stal.  

Het is echt een forse uitdaging, zeker voor ondernemers met vleeskuikens of opfok-leghennen of vleeskuikenouderdieren, die onder een vervoersverbod vallen. Dan neemt de bezettingsdichtheid toe en krijg je zeer waarschijnlijk te maken met welzijnsproblemen in het koppel: verenpikken bij opfok, nat strooisel en voetzoolproblemen bij vleeskuikens, die hun natuurlijk gedrag niet meer kunnen uitvoeren omdat ze dicht op elkaar zitten.”  

En wanneer wordt het sein veilig gegeven? 

Beide dames kijken niet vrolijk: “Ik ben bang dat de ophokplicht nog wel even kan duren”, zegt Ingrid de Jong, “Ik vind oktober redelijk vroeg voor de eerste gevallen van vogelgriep. Het sein veilig komt als er een tijdje geen besmettingen meer zijn geweest. Maar in vijf provincies zijn nu al wilde vogels met vogelgriep geconstateerd en het is bij twee commerciële bedrijven in Flevoland en Noord-Holland vastgesteld. Ik vrees dat er nog wel meer zullen volgen.”  

Is er een oplossing in zicht? 

“Ook dat is lastig”, legt Van Niekerk uit. “Het virus helemaal tegenhouden is waarschijnlijk onmogelijk. Er zijn discussies gaande of je regels kunt of moet aanpassen rond het uitbreiden van overdekte uitloop in ruil voor een kleinere buitenuitloop. Dat biedt bij toekomstige ophokplicht mogelijk een wat grotere buffer, zodat welzijnsproblemen zoveel mogelijk voorkomen kunnen worden.”