manegepaarden_Marko Ruis

Nieuws

Welzijn paarden op maneges onder de loep

Gepubliceerd op
18 juni 2018

Stichting Dier en Recht rapporteerde in april dit jaar dat bij het merendeel van de paarden in Nederlandse maneges het welzijn onvoldoende is. Daarbij zijn tekortkomingen geconstateerd zoals onvoldoende bewegingsvrijheid voor de paarden, onvoldoende hygiëne, afwijkend gedrag en slecht voerbeleid.

Dier en Recht pleit voor het invoeren van wettelijke normen voor het verbeteren van paardenwelzijn op maneges en is hiertoe een petitie gestart. In reactie op het rapport geeft minister Carola Schouten van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) aan de conclusies van Dier en Recht niet te ondersteunen. Wel vindt ze het van belang dat de sector blijvend werkt aan en investeert in verdere verbetering van het welzijn en de gezondheid van paarden.

Welzijn manegepaarden

Dier en Recht heeft in de winter van 2017 - 2018 onderzoek gedaan naar de leefsituatie van manegepaarden in Nederland en Vlaanderen. Er zijn 53 maneges geïnspecteerd (46 in Nederland en 7 in Vlaanderen) met in totaal 1537 manegepaarden. Sommige bedrijven zijn twee- of driemaal bezocht om bevindingen op basis van incidenten uit te sluiten. Er is gelet op meerdere huisvestings- en managementaspecten die het paardenwelzijn beïnvloeden. Dier en Recht constateerde de volgende tekortkomingen:

  • Sociale isolatie: Ruim 77 procent van de maneges heeft onvoldoende mogelijkheden om sociale interactie tussen paarden te faciliteren; de paarden worden minder dan vier uur per dag in staat gesteld om fysiek contact met elkaar te hebben;
  • Onvoldoende bewegingsvrijheid: Bij ruim 80 procent van de maneges staan de paarden in individuele kleine boxen. Een deel van de paarden heeft daardoor moeite met gaan liggen en opstaan, en soms kunnen de paarden niet omrollen of languit liggen. Voor een deel van de paarden wordt dit ook niet (deels) gecompenseerd door een mogelijkheid los te lopen;
  • Onvoldoende hygiëne: In bijna 25 procent van de maneges konden de paarden niet schoon liggen. In 19 procent van de maneges was de voederplaats in de stal ook vuil. In bijna 70 procent van de maneges was de waterbak vuil.
  • Afwijkend gedrag: 9 procent van de manegepaarden vertoont ernstig afwijkend gedrag, zoals stereotypieën en agressie. Dit wijst op psychische en fysieke problemen gerelateerd aan tekortkomingen in de omgang met en huisvesting van de dieren;
  • Slecht voerbeleid: Veel paarden krijgen te weinig of kwalitatief slecht ruwvoer, wat hen vatbaarder maakt voor maagzweren.

Wet- en regelgeving

In beide landen bestaat geen specifieke wetgeving voor paarden en gaat men uit van zelfregulering door de sector. Er is wel landelijke wetgeving inzake dieren. In Nederlands is dat het Besluit houders van dieren en de Wet dieren, en in Vlaanderen gaat het om de Wet betreffende de bescherming en het welzijn der dieren. Minister Schouten haalt in haar reactie het Besluit houders van dieren aan: daarin worden regels gesteld over verzorging en huisvesting van dieren. Ook voor paarden gelden deze algemene regels. De Gids voor Goede praktijken - die door de Sectorraad Paarden (SRP) is ontwikkeld – geeft een nadere invulling van deze algemene regels. Deze Gids wordt door de paardenhouders gebruikt als richtlijn voor het houden van paarden. De Gids wordt ook als leidraad en ter ondersteuning gebruikt bij handhaving en bewijsvoering door de NVWA en de Landelijke Inspectiedienst (LID). Melding over misstanden op maneges kan worden gedaan via telefoonnummer 144 (of rechtstreeks bij de NVWA). Na beoordeling worden relevante meldingen uitgezet voor inspectie.

Initiatieven paardensector

De sector heeft zelf ook initiatieven ontwikkeld om het welzijn van paarden te verbeteren. Daarover heeft het ministerie van LNV regelmatig contact met de Sectorraad paarden (SRP). Als logisch vervolg op de Gids voor Goede Praktijken is door de samenwerkende partijen in de SRP een paardenwelzijnscheck ontwikkeld. Met deze paardenwelzijnscheck wordt aan de hand van een serie vragen, die de houder moet beantwoorden, een inschatting gemaakt van het welzijnsniveau van een paard. Het doel van deze check is het bewustzijn bij paardenhouders omtrent paardenwelzijn te vergroten en hen te wijzen op verbeterpunten op dit vlak.

Daarnaast heeft het bestuur van de SRP besloten om het Keurmerk Paard en Welzijn (KPW) verder uit te rollen. Dit keurmerk wordt nu gebruikt door enkele paardenhouders. Bedrijven met een keurmerk worden elke 2,5 jaar gekeurd. De inspecteur van het KPW inspecteert de inrichting waar het paard wordt gehouden op welzijnsaspecten.

(Bron foto: manegepaarden_Marko Ruis)