Nieuws

Vijf vrijheden niet meer voldoende in het denken over dierenwelzijn

Gepubliceerd op
18 oktober 2021

"Het is essentieel vanuit het dier na te denken en niet meer te accepteren dat de vijf vrijheden van Brambell wel voldoende zijn.", aldus Hans Hopster afgelopen maand bij zijn afscheid als lector dierenwelzijn van Hogeschool Van Hall Larenstein en onderzoeksleider bij Wageningen Universiteit. "Dierenwelzijn is meer dan de afwezigheid van honger, dorst, pijn en stress. We willen ook dat dieren floreren. Daar zijn nieuwe ontwerpen voor nodig."

Nieuwe ontwerpen nodig

Hans Hopster: "Het is essentieel vanuit het dier na te denken en niet meer te accepteren dat de 'Vijf vrijheden' van Brambell wel voldoende zijn. Er is duidelijk een beweging gaande dat je dieren niet alleen moet behoeden voor het kwade. We willen ook dat dieren floreren. Daar zijn nieuwe ontwerpen voor nodig. Er zijn al veel mooie, nieuwe ideeën, maar die lopen vast in toepassing en opschaling door economische randvoorwaarden. Belangrijk is dat (super)markten dit actiever ondersteunen, consumenten ervoor willen betalen en boeren die het beter doen daarvoor worden beloond. De overheid zou meer aan bewustwording moeten doen."

"Om grote stappen te zetten richting een beter welzijn, is het van belang dat de overheid (weer) de leiding neemt", aldus Hopster. "Sinds het topsectorenbeleid ligt de regie voor het doen van onderzoek helemaal bij de sector, en is de overheid met betrekking tot dierenwelzijn haar leidende rol kwijtgeraakt. Je kunt dan geen grote stappen maken. Natuurlijk moet er gekeken worden naar hoe de bestaande praktijk verbeterd kan worden, maar het loslaten van de bestaande praktijk, nieuwe praktijken ontwikkelen en onderzoeken – dat is de afgelopen tien jaar heel weinig gebeurd." "We zijn toe aan een nieuw prioriteitenprogramma, waarbij de overheid de leiding neemt, waarbij gestreefd wordt naar een integrale aanpak."

Natuurlijk gedrag

Bij het afscheid van Hans Hopster ging emeritus hoogleraar gedragsfysiologie Jaap Koolhaas in op de vraag of het kunnen vertonen van natuurlijk gedrag het welzijn van dieren verbetert. Niet alleen een wetenschappelijke vraag, maar ook een politieke vraag. Eerder dit jaar is via een amendement van de Partij voor de Dieren de Wet Dieren gewijzigd. Dankzij dit amendement kan het huisvesten van dieren zoals we dat gewend zijn, niet langer als redelijk doel worden beschouwd. De manier van huisvesten moet worden aangepast aan het dier, in plaats van andersom. Het kunnen vertonen van natuurlijk gedrag is volgens de indieners van de wetswijziging een belangrijke voorwaarde voor het houden van dieren.

Koolhaas zei de intentie van de wetswijziging goed te vinden, maar de uitvoering problematisch. Het begrip natuurlijk gedrag is zo breed dat je er zeer veel kanten mee op kunt. "Niet alleen de leeuw die door een hoepel springt, maar ook de muis die in een kooitje op een pedaal drukt om voedsel te krijgen, vertoont natuurlijk gedrag. Het hoort immers bij normaal gedrag dat dieren dingen kunnen leren." Koolhaas betoogde dat we dieren vooral de ruimte moeten geven om bij het kiezen van omgevingscondities meer hun eigen voorkeuren te volgen en zelf hun eigen gedrag kunnen initieren. Hij haalde diverse onderzoeken aan waaruit blijkt dat autonomie wezenlijk is voor tevredenheid, welbevinden, gezondheid. Dat geldt voor mensen, maar evenzeer voor dieren. Bij veel diersoorten is aangetoond dat ze plezier beleven aan zelf beslissingen nemen, aan zelf controle te hebben over de situatie waarin ze verkeren, aan inspanningen leveren om een doel te bereiken.

Vijf vrijheden

Belangrijk is dat dieren plezier beleven aan het vertonen van een bepaald gedrag, dat het hen wat oplevert. Oftewel een mentaal welbevinden of ‘positive mental state’, of zoals Hopster het noemt: het "floreren". De zogeheten 'Vijf vrijheden' (Brambell Committee, 1965; Farm Animal Welfare Council, 1993) die jarenlang leidend waren in het denken over dierenwelzijn en richtinggevend waren voor het dierenwelzijnsbeleid, zijn hiermee niet meer voldoende. Volgens deze vijf voorwaarden waaraan het houden van dieren moest voldoen worden dieren alleen beschermd tegen negatieve ervaringen: vrij van honger, dorst, ongemak, pijn, etc.. Koolhaas heeft het over een interessante paradox, waarmee Brambell geen rekening heeft gehouden: hoe groter de honger, hoe groter de beloning als het gedrag van een dier zo succesvol is dat de honger wordt opgeheven. "Een dier dat geen honger en geen dorst heeft, is dood", prikkelde Koolhaas de gedachtenvorming.

(Bron foto: Afscheidssymposium Hans Hopster (©Hogeschool VHL))